Stress, de onzichtbare boosdoener

5 februari 2016

Vaak, zie ik het gebeuren: een leerling heeft lekker geoefend, wil laten horen wat is geleerd en begint vol goede moed te spelen. 


En dan, al spelend kruipen een paar foutjes is, niet erg, maar genoeg om ergernis op te roepen. Meer foutjes volgen, logisch, want met ergernis muziek maken leidt af van de concentratie en dan kan de muziek niet lekker stromen.

Nog een keer, opnieuw nog meer je best doen, nog slechter gaat het, de vingers raken van de kook.

Hoe frustrerend is dit.

Of dit nu op les gebeurt, of tijdens een optreden, een voordracht of presentatie, de mechanismen die in gang gezet worden, spelen een identieke riedel af.

Jezelf dwingen je best doen helpt niet. Dat geeft spanning en die vertaalt zich naar de vingers. Maar, denk je misschien: er moet toch iets gepresteerd worden? Dan doe je toch je best?

Dat kan, als ‘je best doen’ voor jou synoniem is met ‘handelen’ (er is geen muzikant die heeft leren spelen zonder veel te spelen) of met: ‘energie geven’ ‘je verliezen in wat je doet’.
 Het is prachtig: laten zien of horen wat je kan. Je speelt vrijuit en laat gewoon horen wat je kan.

In het voorbeeld hierboven was ‘je best doen’ gekoppeld aan de ergernis. Dat leidt af van de muziek en dan ga je fouten maken.

‘Je best doen’ kan ook gekoppeld zijn aan: ‘doen wat de leraar zegt’ of: angst voor falen.

Angst: om te falen, om fouten te maken, om belachelijk gemaakt te worden en bekritiseerd of uitgelachen te worden. Misschien wel heel oude angst. Kwetsbare, moeilijke gevoelens die je maar beter vermijdt om meteen te gaan naar: je best doen, drang naar perfect, zonder enige fout spelen.

Als je ambitie te laten zien en horen wat je kan gepaard gaat met angst om af te gaan, ergernis over je spel, drang of dwang of andere negatieve emoties, dan kan je niet in harmonie zijn met jezelf en de muziek.

Je lichaam krijgt dan tegenovergestelde opdrachten: deze muziek vrijuit spelen, en tegelijkertijd belemmerende impulsen die niets met muziek te maken hebben: dwang en angst. Dat maakt dat je steeds meer fouten gaan maken, je vingers gaan trillen en je de kluts kwijt raakt.

En zeg nu zelf: hoe erg is het nu, een foutje maken. Het overkomt iedere muzikant. Ook degene die jou inspireert. Alleen horen wij het niet. Toen ik op het conservatorium zat en vaak moest voorspelen, werd ik zo bedreven in het verbloemen van fouten, dat zelfs mijn leraar sommige fouten niet hoorde. Dan was ik blij en wist dat de muziek zo doorstroomde en overtuigend was, dat zelfs hij, die alles van haver tot gort kende, de fouten niet herkende.
 Angst, ergernis en dwang saboteren je spel.

Er zijn wel manieren om te leren deze saboteur te vermijden.

Tips:

  • ontspan en zorg ervoor dat je goed geaard zit en je contact hebt met je lichaam
  • bedenk dat het goed is zoals je bent en dat je niet gevraagd wordt iets onmogelijks te presteren
  • sta jezelf toe fouten te maken, te falen en niet perfect te zijn. Je bent jezelf en dat is genoeg om geaccepteerd te worden en om van te houden*
  • sta jezelf toe al je zintuigen te openen voor de muziek en te genieten van het musiceren
  • concentreer je alleen op de muziek vanuit je hart. Niet op fouten, of gedachten dat het mis kan gaan, alleen, ik herhaal: alleen op de muziek.
Terug naar overzicht